Veiligheid van zorg en cliënten

Vrijheidsbeperkende maatregelen

Onze visie op vrijheidsbeperkende maatregelen:
We maken geen gebruik van fixatie met onrustbanden, verpleegdekens en spanlakens. Met ander vrijheidsbeperking en gedragsbeïnvloedende medicijnen zijn wij zeer terughoudend. Voor alle cliënten streven we naar een goede balans tussen bewegingsvrijheid, veiligheid en leefplezier. Als er voor de veiligheid van cliënten hulpmiddelen nodig zijn, dan kiezen wij voor de minst zware hulpmiddelen die de bewegingsvrijheid zo weinig mogelijk aantasten. Mochten wij in een zeer uitzonderlijk geval voor een cliënt geen goede oplossing – zonder fixatie – vinden, dan vindt de toepassing hiervan altijd plaats in overleg met de cliënt en de vertegenwoordiger. Wij kiezen dan altijd voor de minst ingrijpende maatregel (de lichtste vorm) en zetten deze zo kort mogelijk in. Samen met de vertegenwoordiger zoeken we naar oplossingen die passen bij de cliënt. Hierbij leggen de professionals hun overwegingen en besluiten schriftelijk vast in het cliëntdossier. Ook schakelen wij externe deskundigen in met als doel zo snel mogelijk over te gaan op oplossingen zonder fixatie. 

Het uitgangspunt is dus: Geen vrijheidsbeperking, tenzij...

Onderstaande uitgangspunten ondersteunen dit beleid:
1. Levensverhaal
Wij vragen aan familie informatie over het “vroegere” leven van de cliënt. Als iemand bijvoorbeeld gewend is laat naar bed te gaan, kan hij onrustig worden als hij vroeg in de avond al naar bed gaat. Ook vinden wij het belangrijk om te weten hoe iemand graag benaderd wil worden zodat hij zich prettig en begrepen voelt.
2. Cliëntplan
Risico’s van het wel of niet toepassen van vrijheidsbeperking worden besproken met de familie. Afspraken hierover worden in overleg met de familie gemaakt en vastgelegd in het cliëntplan.
3. Veiligheid
Een cliënt vastbinden omdat hij onrustig is of mogelijk valt, past niet in onze visie. Geen mens is 100% veilig en vastbinden geeft ook risico’s. Samen met familie zoeken we naar oplossingen die passen bij de cliënt.
4. Bewegingsvrijheid
Zorg voor vrijheid betekent naast vrij zijn in beweging ook gevoel van vrij zijn. Als middelen toch nodig zijn gebruiken we moderne hulpmiddelen, bijvoorbeeld een laag-laag bed of een sensor, want bewegen moet, zolang het kan. Bewegen houdt lichaam en geest sterk!
5. Levenskwaliteit
We streven ernaar dat medewerkers de cliënt kennen. Luisteren en écht aandacht schenken is belangrijk. We gaan ook op zoek naar activiteiten waar de cliënt nu plezier aan beleeft.

Percentage vrijheidsbeperkende middelen

Soort vrijheidsbeperkende maatregelen

Onder ‘anders’ vallen maatregelen als kast op slot, extra laag bed, beperkingen met betrekking tot roken, rolstoel op de rem waarbij bewoner dat niet zelf kan opheffen.
In de locatie De Hogeweyk is een uitluistersysteem, dit is niet meegenomen in het overzicht.
Ook situationeel geplaatste sensoren zijn niet als vrijheidsbeperking opgenomen. Alle ingezette VBM worden minimaal 1 keer per 3 maanden geëvalueerd, zo nodig vaker. De tijdige evaluatie wordt ondersteund door het ECD.
De locatie Torendael laat in 2016 nog een hoog percentage inzet van VBM zien. Binnen Torendael is het VBM beleid ingevoerd sinds de opening van de eerste groepswoningen in december 2016.  In februari 2017 is een verbeterplan m.b.t. het VBM beleid gemaakt, hier wordt sindsdien aan gewerkt. In 2017 laten de cijfers een daling zien van het aantal ingezette VBM. 
In de locaties Torenhof en De Zandzee worden geen vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast.

Veilig Incident Melden

In 2016 is gestart met Veilig Incident Melden. Uitgangspunt is dat de incidentmeldingen (overzichten) in de teamoverleggen worden besproken. Vanwege de inzet van veel tijdelijke (flex)medewerkers (zie ook leidraad personeelssamenstelling) is hiervoor echter nauwelijks ruimte in de teams. De adviseurs kwaliteit en beleid zorgen voor totaaloverzichten van de MIC-meldingen. Deze worden besproken in de kwartaalreviews. Helaas kunnen in 2016 nog geen overzichten worden gegenereerd zoals we die voor ogen hebben (met voldoende detailinformatie), het ECD zal hierop in 2018 verder worden ingericht. Incidenten met een grote impact of een grote herhaalkans worden onderzocht met behulp van een PRISMA-analyse. Calamiteiten worden onderzocht conform de richtlijnen van de inspectie.

Verdeling type meldingen klantgroep psychogeriatrie

Verdeling type meldingen zorg Torenhof

In het huidige dashboard kunnen helaas nog geen totaaloverzichten worden gegenereerd waarbij op detailniveau zichtbaar is hoeveel incidenten per soort per team of locatie hebben plaats gevonden. De stijging van het aantal incidenten in de klantgroep PG in 2017 ten opzichte van 2016 wordt grotendeels verklaard doordat Torendael nog niet is meegenomen in de cijfers van 2016.  

De meeste meldingen (bijna 60% ) betreffen vallen of ‘cliënt op de grond aangetroffen’ (dit wordt vaak geregistreerd als ‘anders’). In de helft van alle gevallen is de oorzaak onbekend. Voor een deel wordt het grote aantal valincidenten verklaard door ons terughoudend beleid ten aanzien van vrijheidsbeperkende maatregelen. De risico’s op vallen worden elk half jaar per cliënt in kaart gebracht middels de risicosignalering, en waar mogelijk worden maatregelen genomen (hulpmiddelen zoals rollator, juiste schoeisel, geen obstakels in de kamer, valmatten, sensoren etc.). Medewerkers geven aan zij geen mogelijkheden zien om vallen nog meer te voorkomen, tenzij voortdurend 1 op 1 toezicht, maar dat is niet realistisch.

De meeste medicatie-incidenten (ruim 60%) worden veroorzaakt doordat de medewerker vergeet om de medicatie te geven of zich vergist in de soort of dosering (door niet goed kijken op de medicatielijst). Medewerkers geven zelf als belangrijkste aanbeveling om dit te voorkomen “beter opletten”. Ook het weigeren van medicatie door de cliënt zelf wordt gemeld. Per locatie is een plan van aanpak opgesteld om de medicatie-veiligheid te vergroten. De cursus medicatieveiligheid moet door medewerkers die medicatie delen elk jaar verplicht worden gevolgd.

Agressie-incidenten worden niet altijd gemeld. Veel medewerkers zien agressie als ‘het hoort bij het werk’. Agressief gedrag van cliënten wordt besproken in het gedragsteam-overleg, adviezen hoe dit gedrag te voorkomen worden vastgelegd in een signaleringsplan en een benaderingsplan. De scholing ‘omgaan met agressief en onbegrepen gedrag’  moet verplicht één keer per twee jaar gevolgd worden door alle medewerkers die met cliënten werken.  

‘Anders’ betreft voor een deel valincidenten en voor een deel gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld bedhek of sensor onterecht omhoog of omlaag of niet ingeschakeld).  

In 2016 zijn in de klantgroep PG drie calamiteiten gemeld bij de inspectie; het betrof twee incidenten met verslikken en een valincident. Deze calamiteiten zijn onderzocht door een onderzoekscommissie. Alle drie de meldingen zijn door de inspectie afgesloten. Daarnaast zijn acht incidenten nader onderzocht met behulp van een Prisma-analyse. Het betrof een medicatie-incident en zeven valincidenten. 

In 2017 zijn 3 incidenten nader onderzocht met behulp van een Prisma-analyse, en 8 incidenten met behulp van een Prisma-light-analyse. Het betrof een incident met verslikken, een medicatie-incident, twee vermissingen en vijf valincidenten. De uitkomsten en aanbevelingen zijn besproken in het MT en de acties zijn opgepakt door de betreffende locatie(s).  

In 2017 hebben de adviseurs kwaliteit en beleid een verdiepende scholing “Prisma-analyse maken/calamiteitenonderzoek doen” gevolgd, zodat zij beter in staat zijn medewerkers te ondersteunen bij het uitvoeren van verdiepend onderzoek na een ernstig incident of een calamiteit.