Een nieuwe vaste rubriek in de nieuwsbrief: De column van onze eigen Thea Boorsma (stelt zich voor in het volgende bericht). Thea schrijft op een ontwapenende manier over de zorg en hoe zij deze ervaart. Deze week 'Goede zorg zit niet in een uniform'.
Goede zorg zit niet in een uniform - Thea Boorsma
Net zag ik een foto voorbijkomen van iemand die trots haar uniform droeg. En ik snap dat. Een uniform straalt iets uit. Vakmanschap. Herkenbaarheid. Trots op je beroep.
En toen dacht ik aan mijn eigen werk. Ik draag geen uniform. Bij De Hogeweyk kiezen we daar bewust niet voor. Omdat ik daar niet alleen kom om zorg te verlenen.
Ik kom binnen in iemands huis. En dat vraagt soms iets anders van je. Als iemand televisie zit te kijken, hoef je daar niet tien keer voor langs te lopen omdat jij toevallig van A naar B moet.
Wil een bewoner zelf fruit pakken?
Prima.
Wil iemand voor de honderdste keer de koelkast opentrekken?
Ook prima.
Wordt de tafel gedekt met negen glazen en drie borden?
Dan staan er dus negen glazen en drie borden.
En staan er diepe borden klaar voor het ontbijt?
Dan eten we blijkbaar vandaag gewoon heel chic onze boterham uit een diep bord. ????
Niet alles hoeft gecorrigeerd. Niet alles hoeft efficiënter. Niet alles hoeft te gaan zoals wij vinden dat het hoort. Soms is goede zorg juist níet ingrijpen. Ruimte geven om zelf te doen. Zelf te kiezen. Zelf te proberen. Ook als het resultaat volgens onze maatstaven niet helemaal klopt.
In het boek ‘Zeg ja bij dementie’ wordt daar een prachtige term voor gebruikt: stralend falen. Een term die bij mij is blijven hangen.
Want als iemand trots kijkt naar die tafel die hij of zij zelf heeft gedekt, wie bepaalt dan eigenlijk dat het fout is? Misschien zit professionaliteit soms juist in weten wanneer je iets moet doen. En wanneer je vooral je handen thuis moet houden.
Dus nee, ik draag geen uniform.
Maar trots op mijn vak?
Meer dan genoeg. ??
