Mooie praktijkvoorbeelden Archief

Doel van de wet is om ‘onvrijwillige zorg’ bij mensen met dementie zoveel mogelijk te voorkomen. Een goede en open relatie met bewoners en familie is daarbij van grote waarde. Hoe ziet dit eruit in de praktijk? Een paar mooie voorbeelden. 

Vrijheidsbeperking vaak niet effectief
Door ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’ kan een bewoner soms een gevaar voor zichzelf of voor de omgeving zijn. Onvrijwillige zorg kan dan noodzakelijk lijken. De bewoner die dreigt uit bed te vallen krijgt bijvoorbeeld een bedhek. En er zijn plukpakken om mensen te verhinderen om zichzelf te krabben. Uit onderzoek blijkt echter dat deze maatregelen vaak niet helpen.

Veel mensen raken namelijk gefrustreerd als zij in hun vrijheid beperkt worden. Zij worden onrustiger. De bewoner die bedhekken bedreigend vindt, probeert erover heen te kruipen en is juist dan ‘valgevaarlijk’. De bewoonster die een ‘plukpak’ krijgt, wordt angstiger en trekt zich verder terug. De kwaliteit van hun leven neemt zichtbaar af.

Wanneer de zorgmedewerkers een bewoner goed kent, en dus wéét wat vrijheid voor hem of haar precies betekent, krijgen zij ook zelf meer oog voor mogelijke alternatieven. U kent uw naaste natuurlijk het beste, daarom leren we graag van u wat uw naaste belangrijk vindt en hoe het leven van uw naaste er vroeger uitzag. 

Enkele praktijkvoorbeelden: 

 “Uw vluchten zijn geannuleerd vandaag.”
Een mijnheer van 87 met dementie wilde elke ochtend om 7.00 uur de zorglocatie verlaten. Tot zijn frustratie kwam hij er steeds weer achter dat dit niet kon omdat (voor zijn veiligheid) de deur op slot zat. Uit een gesprek hierover met familie bleek dat hij piloot was geweest en dat altijd vroeg op moest om naar de luchthaven te gaan. De oplossing: elke ochtend tegen deze mijnheer vertellen dat zijn vluchten voor vandaag geannuleerd waren. Dat gaf rust aan de cliënt, zijn naasten en de betrokken zorgmedewerkers. 

“Ik hou mijn kleren aan in bed!”
Een mevrouw van 91 met dementie wilde persé haar kleren aanhouden in bed. Tot haar ergernis kreeg zij voor het naar bed gaan toch steeds nachtkleding aan. Uit een gesprek met de mevrouw kwam naar voren dat zij altijd in de zorg had gewerkt en 's nachts als achterwacht dienstdeed. Voor haar was het dus héél belangrijk zijn om meteen - met kleren aan - uit bed te kunnen om haar rol te vervullen. Een rol die nauw verbonden was met haar gevoel van vrijheid, veiligheid en geluk. En waar men nu rekening mee kon houden.

“Ik eet graag met mijn handen!”
Een Indiase mijnheer van 84 wil heel graag met zijn handen eten. De medewerkers van de woongroep probeerden hem ertoe te bewegen met mes en vork te eten omdat ‘dat nu eenmaal zo gaat‘ in een woongroep. De man is echter vanuit zijn cultuur gewend om met zijn handen te eten en ervaart mes en vork als als een beperking van zijn vrijheid. Toen duidelijk werd waar zijn wens vandaan kwam bleek deze, met wat extra oog voor hygiëne, eenvoudig in te willigen.