Blog 15 - Eerlijk zijn naar jezelf
Buiten vriest het dat het kraakt. Het wegdek is spiegelglad.
Voetje voor voetje schuifel ik naar buiten — of neem ik het zekere voor het onzekere en blijf ik liever thuis?
Voorbijgangers blijven staan, zichtbaar verbaasd, soms zelfs licht gedesillusioneerd.
“Moet je niet lopen?”
Onlangs verscheen er een artikel in de krant. Ogenschijnlijk niets aan de hand.
Met zevenmijlslaarzen liep ik door Naarden-Vesting.
Dezelfde voorbijgangers reikten mij de hand en spraken hun bewondering uit.
Zij zien mij in mijn kracht, en daar ben ik dankbaar voor.
Maar ik heb geleerd dat niet alle symptomen zichtbaar zijn.
Bij hersenletsel zijn het juist de onzichtbare klachten — niet objectiveerbaar, maar wél van grote invloed op de kwaliteit van leven.
Met pijn en moeite heb ik moeten leren dat te erkennen.
Mijn lichaam kan mijn geest niet altijd bijbenen.
Mijn geest is sterker.
De onverschrokken ijzervreter — al blijft mijn evenwicht een heikel punt.
Bij vermoeidheid of ziekte moet ik mijzelf in acht nemen.
Ooit leerde ik: niet rennen, maar plannen.
Jezelf onder ogen komen. Eerlijk zijn naar jezelf.
In alle eerlijkheid is dat misschien wel het lastigste.
Dat ik bang ben om te vallen, bijvoorbeeld.
Terwijl ik normaal gesproken met opgestroopte mouwen door weer en wind loop.
De pas erin, blij als een kind.
Nu aan huis gekluisterd zijn.
Mij per scootmobiel verplaatsen.
Ik voel me een lulletje rozenwater.
En ik meen dat bevestigd te zien in de ogen van zowel vrienden als vreemden —
al hoeft het één het ander niet uit te sluiten.
De werkelijke vraag is dus:
hoe kijk je naar jezelf?